fbpx
skip to Main Content

Grondstoffenmakelaar Jan Wessels is altijd op zoek naar de perfecte match

De overheid wil dat de Nederlandse economie in 2050 circulair is. Als onderdeel van die ambitie moeten ook gebouwen duurzamer en circulair zijn. Wij zijn benieuwd hoe de bouwsector deze doelen kan behalen en welke rol duurzaam hout kan spelen bij deze transitie. Om hier een beter beeld van te krijgen hebben wij een duo-interview gedaan met experts Jan Wessels (makelaar grondstoffen) en Maurice Beijk (specialist duurzaam bouwen / MVO). Vandaag is het woord aan Jan Wessels.

Jan Wessels is makelaar in grondstoffen bij Dusseldorp Infra, Sloop en Milieutechniek. De grondstoffenmakelaar heeft als doel om grondstoffen die vrijkomen bij de sloop van een gebouw opnieuw in te zetten. Als een ware matchmaker koppelt hij vraag en aanbod aan elkaar.

Liever het interview lezen?

Slopen
“Ik probeer veel stromen. Vanuit sloop, revitalisering of reconstructie van weg- en waterbouw werk probeer ik iets weer terug te zetten in de markt. Vroeger gebeurde dat eigenlijk heel simpel met een reststoffencentrum. Dat was een vrij simpele wijze van hergebruik van materialen.”

Wessels legt uit dat slopers op een steeds hoger niveau acteren. “We zijn echt op zoek naar wat we kunnen doen met een gebouw als het gesloopt wordt. Dit willen we graag ver van tevoren weten. We willen bijvoorbeeld een opname kunnen doen bij een sloop, waar mensen naar binnen lopen in een gebouw en zeggen ‘Hey, daar heb je een paar deuren en daar een paar ramen. Daar ligt wat vloerbedekking. Dat kunnen we hergebruiken’.”

Wanneer zo’n inventaris ver van tevoren plaatsvindt, heeft een bedrijf als Dusseldorp de tijd om na te denken hoe ze de vrijgekomen materialen gaan vermarkten. “Dat lukt helaas niet altijd, want vaak wordt een sloop natuurlijk niet twee jaar van tevoren aangegeven. Dit gebeurt vaak in een korter tijdsbestek, waardoor er meer druk is.”

“We hebben een paar standaard materialen als sloper die we terugbrengen in de markt. Een van de eerste dingen waarmee we zijn begonnen is een heel simpel systeemplafondplaatje. Waar we vroeger gewoon met een Bobcat zo’n gebouw in gingen en het plafond eruit sloopte, het in een hoek legde, na een tijd in een container stopte en verbrandde, komt er nu een man netjes met een trapje en handschoenen aan. Hij heeft zijn stropdas nog net niet voor.”

De plafondplaatjes worden eruit gehaald en netjes in een oogstdoosje gestopt. Wessels: “Die doos brengen we in een grote vrachtwagen naar een grote hal waar mensen uit de sociale werkvoorziening werken die die plaatjes schoonmaken. Daarna worden ze met minerale verf opnieuw gespoten en weer netjes in een verkoopdoosje verkocht. Prijstechnisch staat het wel gelijk aan een nieuw plaatje, maar kwalitatief is het vaak een beter plaatje.”

Hergebruiken van hout
Als voorbeeld komt Wessels met stukken hout afkomstig van een dakbeschot in Ridderkerk. “Het ging om een dak van vijfduizend vierkante meter, waar plankjes van 2,7 mm dik uit kwamen. Als je die ziet denk je ‘dat ziet er niet het allermooiste uit’, maar ik heb vroeger in de houthandel gezeten en daar verkochten we dit soort planken voor een blokhut. Toen betaalde je 6,95 euro per strekkende meter. Vroeger werden ze verbrand, maar nu nemen we ze in. We schaven ze terug, ook weer door een sociale werkvoorziening. En dan krijg je een heel mooi plankje, mooier dan het huidige plankje.”

Wessels legt uit dat hout vaak van snelgroeiende bomen komt. “Maar wat je eigenlijk wil een stukje hout met hele fijne jaarringen, wat dertig jaar oud is en kurkdroog is.” Het hout is dan van optimale kwaliteit, vertelt hij. “En zo hebben we veel materiaalsoorten die we in kunnen nemen en waar we veel mee kunnen doen. Maar de markt is daar eerlijk gezegd nog niet altijd aan toe.”

Houten kozijnen
Hoe het zit met houten kozijnen? “Het zou ideaal zijn om een kozijn 1 op 1 over te nemen. We hebben hier in het gebouw ook kozijnen die 1 op 1 zijn overgenomen, die je in principe alleen maar een beetje bij hoeft te schilderen.”

“We hebben pas een grote sloop gehad in Hardenberg. Hier kwam kozijnhout vanaf. Als je dat hout ziet liggen en je gooit het daarna in een container, dan denk je: wat moet je ermee? Daarna moet je er een bewerking op toepassen, bijvoorbeeld schaven en terugzagen. Ook moet je goed kijken waar je het stukje hout voor kunt gebruiken.”

Wessels laat een stukje hout zien, afkomstig uit een sloopproject in Utrecht. “Daar zijn we met een grote sloop bezig. Het gaat om vierduizend strekkende meter van dit soort hout. Dit is zachthout, geen hardhout. Uit dit hout zou je verschillende onderdelen kunnen halen. Het is maar net afhankelijk van hoe de maat is.”

“We zagen de verflaag er aan beide kanten af en houden een maagdelijk stukje hout over. Van dat stukje hout proberen we een goede balk te maken door middel van lamineren en vingerlassen. Dan kan het stuk hout teruggeleverd worden aan de houtindustrie en daarna weer bewerkt worden. Geen timmerfabriek heeft dit hout nog.”

Soms komen slopers voor een grote uitdaging te staan. Zo vertelt Wessels over het slopen van een ziekenhuis in Hardenberg. “Dat gebouw is gebouwd in een tijd dat bepaalde houtsoorten nog niet op de rode lijst stonden. Wat een fantastisch materiaal was is nu, in het huidige perspectief, verboden. Dus daar kunnen we niks meer mee. Dit kunnen we ook terugschaven in Hardenberg. Daar is bijvoorbeeld veel iroko hout, wat nog op een hoger niveau zit dan meranti.”

Keurmerken en certificaten
Het gewonnen hout is FSC. “KOMO zijn we nog mee bezig. Daarom moeten we het hele proces goed in de gaten houden. We hebben een gebouw ergens staan. Dat moet gesloopt worden. Daar komt hout uit. Dan komt er iemand speciaal voor kijken. Die gaat eerst kijken wat voor soort hout het is en hoeveel die eruit kan halen. Het materiaal moet natuurlijk volledig vrij van asbest zijn en andere vreemde niet te hergebruiken materialen, want dan kun je sowieso niet verder.”

Daarna gaat Wessels met de sloper in overleg hoe het sloopproces eruit gaat zien. “Het is ook niet zo dat elke sloper goed is in het demonteren van kozijnen. Het past ook niet altijd in het werk van een sloper. Want ja, het kost natuurlijk iets meer tijd om een kozijn goed te slopen. Een sloper moet zelfs de stijlen en dorpels van elkaar scheiden. En het is heel belangrijk dat je een goede ingang hebt met goed materiaal en dat je niet heel veel breuk in het hout hebt zitten. Een breuk in het hout houdt bijvoorbeeld in dat je het niet kunt hergebruiken om te lamineren of vingerlassen. Die zagen ze eruit. Hetzelfde geldt voor de spijkers, schroeven etc. Die worden met magneetjes gevonden en daarna eruit gezaagd. Ze moeten stukken hebben van tussen de 25 centimeter en één meter. Daar kan een lamineerder goed mee werken. En dan kun je er hele mooie stukken van maken.”

“En je kunt natuurlijk niet alles op elkaar plakken. Het moet uit dezelfde stroom zijn. In ieder geval van dezelfde boom. Dus ironko en meranti kun je niet vermengen met elkaar. Die scheiden we goed. Vandaar ook de ingangscontrole. Wat krijg je binnen? Er zit bijvoorbeeld ook verschil in het soortelijk gewicht van verschillende houtsoorten. Hoe pakken we dat aan? Die controle is heel belangrijk.”

In de certificaten dient goed aan te worden gegeven waar het hout vandaan komt, wat het is en hoe oud het is. “En die systemen moeten goed op elkaar aansluiten. En dat is ook de reden dat we het KOMO-certificaat gaan krijgen. Want dat gaan we krijgen en dat willen we ook graag. Want die bouwer wil ook graag het KOMO-certificaat hebben. En die timmerfabriek die straks het hout af wil gaan nemen, wil dat ook gewoon graag allemaal gecertificeerd hebben. Want die moet ook gecertificeerde kozijnen kunnen leveren aan zijn klant.”

‘Het begint bij de eigenaren’
Een mooi voorbeeld is het eerder genoemde plafondplaatje. “Eigenlijk het meest simpele wat er is. Maar ik moet eerlijk zeggen dat dit alleen maar gebruikt wordt door de mensen die intrinsiek geïnteresseerd zijn in duurzaamheid. De bouwer en architect zijn daar niet altijd leiden in. Leidend zijn de eigenaren van de panden. Die eigenaren van panden zouden eigenlijk moeten zeggen van: wij willen dat! En dan volgen de bouwer en architect vanzelf.”

Wesselt vertelt dat hij veel panden heeft bezocht met hergebruikte materialen. “Sommige mensen willen dat dan ook bewust laten zien. Een houten vloer bijvoorbeeld, waar de spijkergaten nog in zitten. En dat kan. Dat is ook een wijze van hergebruiken van materiaal. Wij hebben hier ook bewust gekozen om het eruit te laten zien als zijnde bijna nieuw. Als je hier door het gebouw loopt voelt het ook als nieuw. Hergebruik zetten we zo op een hoger niveau weg. We zijn er erg trots op. We willen een andere wereld met al het materiaal dat eindig is niet meer te gebruiken.”

Dit interview is onderdeel van een duo-interview. Meer lezen over duurzaamheid en circulariteit? Bekijk dan ook het interview met Maurice Beijk.

Lees meer berichten

Wat kan HOUT100% voor u doen?

HOUT100% voor mij?

Wat kan HOUT100% voor mij betekenen?

Bedrijf zoeken

Hier vindt u de beste houtverwerkende bedrijven van Nederland.

Probleem melden

Ik wil een probleem met mijn houten product melden.