fbpx
skip to Main Content

‘Circulariteit is niet een kwestie van kunnen, maar van moeten’

De overheid wil dat de Nederlandse economie in 2050 circulair is. Als onderdeel van die ambitie moeten ook gebouwen duurzamer en circulair zijn. Wij zijn benieuwd hoe de bouwsector deze doelen kan behalen en welke rol duurzaam hout kan spelen bij deze transitie. Om hier een beter beeld van te krijgen hebben wij een duo-interview gedaan met experts Jan Wessels (makelaar bouwstoffen) en Maurice Beijk (specialist duurzaam bouwen / MVO). Vandaag is het woord aan Maurice Beijk.

Maurice Beijk, beter bekend als Rentmeester2050, is een echte specialist op het gebied van circulariteit en duurzaamheid. Hij ademt duurzaamheid, al noemt hij het zelf liever ‘volhoudbaarheid’, en mag als Rentmeester2050 de rol vervullen van kennisdrager én -deler. Een schone wereld in 2050, dat is zijn grote doel.

Liever het interview lezen?

Duurzaam bouwen
Wanneer we Maurice Beijk vragen naar zijn definitie van duurzaam bouwen antwoordt hij ‘voordenken’. Wat hij daarmee bedoelt? “Ik vind dat een architect, een constructeur, een aannemer of een designer een bepaalde verantwoordelijkheid heeft. Die moet iets dusdanig ontwerpen dat het eindcyclisch weer uit elkaar kan. We hebben het uiteindelijk te leen van moeder aarde. Het is belangrijk alles in de biobased cirkel of groene cirkel te houden. En dan moeten we het dus losmaakbaar hebben. Dat is heel relevant.”

Circulair slopen
Om circulair te slopen heb je vakmannen nodig. “Die hebben we in onze organisatie perfect. Een object of een gebouw werd vroeger met name gezien als een stukje staal. Of schroot en puin. Wij analyseren het en maken een materialenpaspoort. Dat was vroeger niet. Nu wordt het gebouw helemaal in kaart gebracht. Wat heb ik? Wat kan ik ermee? Wat is de technische staat? Dan ga je het eruit halen, remonteren of demonteren. Datgene wat kan ga je weer kan hergebruiken. Want hergebruiken staat ‘by far’ hoger dan recyclen. Dit terwijl we heel gauw, als het gaat om circulaire economie, gewend zijn te denken aan recyclen. Maar re-use staat ‘by far’ hoger dan recyclen. Dat is het ouderwetse boerenverstand gebruiken.”

Voor Beijk is een circulaire economie niks meer en niks minder dan het beheren en beheersen van de bronnen. “Energiebronnen, waterbronnen, materiaalbronnen, ambachtsbronnen, voedselbronnen in zo klein mogelijke cirkels. Daar moeten we eigenlijk naar terug, dus niet de nieuwe horizon, maar de oude werkelijkheid, zoals de boeren dat 200-300 jaar geleden ook deden.”

Architecten
Beijk geeft aan dat er architecten zijn die dusdanig ontwerpen. “Er is ook een beweging van architecten: CB23. Dit zijn architecten, maar ook aannemers, die samen hebben geformuleerd waaraan een ontwerp moet voldoen om de toekomstbestendigheid te waarborgen. Daar komen kreten als monostroom en gelijkvormigheid van materialen, dus niet verlijmen maar losmaakbaarheid. Dat zijn aspecten die heel relevant zijn. En daar moeten we uiteindelijk ook heen, want als je goed gaat ‘voordenken’ waaraan ik eerder aan refereerde dan kun je iets zo goed ontwerpen, dat het gewoon constant in de loop gehouden kan worden.”

“In de lineaire economie hebben we daar totaal geen rekening mee gehouden”, vertelt Beijk. “We hebben het spul aan elkaar gelijmd, aan elkaar gekit, aan elkaar gelast. En dat wordt dus anders. Een houtconstructie is losmaakbaar gemaakt. Net als bij de boeren vroeger. Vroeger met deuvels en wiggen. En tegenwoordig vanwege de constructieoverdracht met een flensplaat met boringen erdoor om de constructie stijf te houden.”

“Maar eindcyclisch kan hij wel weer gebruikt worden. Dus ‘voordenken’. Ik denk dat dat een verantwoordelijkheid is voor architecten, aannemers, vakmannen en noem maar op. En dat zijn we kwijtgeraakt, dat voordenken. Bij houten bouwelementen zoals kozijnen, deuren en ramen moet na worden gedacht in hoeverre die ook weer her te bruiken zijn.”

Hout
Beijk vindt dat hout zich uitermate goed leent voor herbewerking. “Je kunt het re-usen, bijvoorbeeld kozijnen die technisch gezien nog gewoon goed zijn. Waar de sponning diep genoeg is kun je die weer 1 op 1 doorzetten. Kozijnen die minder goed zijn kunnen we dan weer recycleren of refurbishen. Daar kunnen we dan weer nieuwe kozijnen van maken.”

“Het blijkt dat dat oude hergebruikte hout vaak van een betere kwaliteit is dan het nieuwe hout. Dus daar liggen ontzettend veel kansen. Ware het niet dat we ook tegen bepaalde systeemfalen aanlopen. Dus als een vakman van Dusseldorp Sloop op dit moment er een kozijn uithaalt, is hij daar een paar uur mee bezig. Er is al BTW over dat kozijn betaald. En dan gaan we over de arbeid die hij verricht nog een keer BTW heffen. Zo gaan we circulariteit dus niet belonen. Ik vind eigenlijk dat als je naar circulaire gebouwen zoals dit gaat het systeem faalt. Waarom zou je belasting heffen over arbeid waar al belasting over betaald is? Daar moeten we eigenlijk vanaf.”

“Maar ook bij de ’true pricing’ in de lineaire economie wordt de schaduwprijs niet gewikt en gewogen. CO2, toxiciteit, kinderarbeid en slavenarbeid wordt niet meegenomen. Ik vind dat de true pricing, de werkelijke prijs, inzichtelijk gemaakt moet worden. Via enviromental product declaration of life cycle analyses, zodat ik daadwerkelijk weet wat mijn impact is. Want die prijs van vervuiling en klimaatverandering moet wel een keer betaald worden. Het zijn helaas mijn kinderen of mogelijk mijn kleinkinderen die onze rekening moeten betalen, maar hij moet wel een keer afgerekend worden.”

Beleid
De ‘2050’ in ‘Rentmeester 2050’ staat niet voor de pensioengerechtigde leeftijd van Beijk. “Dat is het moment dat de Nederlandse Overheid, onze opdrachtgever, vindt dat het volledig circulair moet zijn. Daar sta ik al 20 jaar voor. Het niet een kwestie van kunnen. Het is een kwestie van moeten geworden. En ook Den Haag heeft dat uiteindelijk ingezien. Dus die hebben het bureau voor de leefomgeving de opdracht gegeven om een routekaart te maken. Dat heet het ICER-rapport. En uiteindelijk in 2023 moeten we al circulair aanbesteden. Mijn opdrachtgever, over het algemeen de overheid, is zich daar nog niet helemaal van bewust.”

“Als rentmeester is het mijn taak ook om spiegeltjes voor te houden, om mensen bewust te maken van wat er gaande is. En dat er heel veel gaande is: in 2023 moeten we circulair aanbesteden, in 2030 moeten we op 50% zitten en 2050 moeten we op 100% zitten. Ja, dat zijn wel stappen, maar die routekaart ligt er. Dat is ook een rapportage die ik iedereen kan aanbevelen. Het ICER rapport gemaakt door het planbureau voor de leefomgeving.”

Normeringen
Meten is weten, zo vindt Beijk. “We moeten uiteindelijk naar Life Cycle Analyses en naar EPD’s Environmental Product Declaration. Daarmee kan ik aantonen bij een houtbeschot versus een staalbeschot wat duurzamer is. Je kijkt hierbij namelijk ook naar transport, materiaal, CO2 uitstoot, water- energieverbruik, hernieuwbaar of niet hernieuwbaar etc. Vervolgens komt er een rapportcijfer dat heel interessant is. Dan kan ik een keuze maken over wat beter of slechter is, of minder goed is. Er zitten heel veel lobbies achter, dus er is ook best wel scheefgroei. Interpretatieverschillen.”

Duurzaamheid
“De Engelsen hebben er twee woorden voor: sustainability en durability, dus langdurig dan wel duurzaam. Daar zit wel een wezenlijk verschil in. Wat verstaan we onder duurzaamheid? Dat is een rekbaar begrip. Ik denk dat de definitie al heel stevig geformuleerd wordt. Ik vind schoonheid ook een vorm van duurzaamheid. Iets wat mooi is dat koesteren we, dat gaat langer mee. Oude monumenten zijn een extreme vorm van duurzaamheid. Als ik zie wat er op dit moment voor rommel gebouwd wordt. In principe kan beton 100 jaar mee, maar de praktijk is weerbarstiger. Na dertig jaar flikkert het voor je de benen. Zowel het staal als het beton, dat vind ik wel jammer. Het liefst dus remontabel, ga hergebruiken!”

“En pak ik een stukje hout? Ja, hout is briljant wat dat betreft. Het laat zich prima hergebruiken. Je kunt het re-usen. Je kunt refurbishen. Het is opgeslagen CO2. Dus in de MPG, de milieuberekening, gaat hout ontzettend goed scoren. Ik ben een heel groot voorstander van hout wat dat betreft. En je ziet dat gelukkig ook ontstaan, de MPG berekeningen gaan komen.”

Beijk benadrukt dat je tegenwoordig in heel Nederland huizenfabrieken ziet. “Wat de Scandinaviërs eigenlijk al eeuwen doen: gewoon hout gebruiken. In Nederland gebruikt men allemaal kul-argumenten over ‘brandgevaar’ en dergelijke om het niet te gebruiken. Maar die argumenten worden stuk voor stuk van tafel geveegd. En je ziet dat er in Nederland een gigantische herwaardering is van hout. In Scandinavië hoef je daar niet achteraan, daar is het prima geregeld. En wat dat betreft gaan wij achter de Scandinaviërs aan.”

Waardecreatie uit afvalstromen
“De kunst van een circulaire economie is zo hoogwaardig mogelijk te verwaarden. Dat houdt in hergebruik. We hebben de ladder van Lansink, we hebben een 10R model en we hebben ons eigen model waarin we aangeven dat we liever hergebruiken dan recyclen. Of liever repareren dan recyclen. In de volksmond: als je het over circulaire economie hebt, dan denkt men aan recyclen. Maar recyclen staat heel laag op de ladder. Dus zo hoogwaardig mogelijk verwaarden, dát is de kunst van circulaire economie.”

Je kunt ook gaan up-cyclen, zo vertelt Beijk. “Wij werken als bedrijf heel graag met kwetsbaren in de maatschappij. Met de sociale werkvoorziening. Om een voorbeeld te nemen: ik heb hier prachtig mooie systeemplafondplaten. Deze zijn gerefurbished. Normaal worden er in de branche meer dan een miljoen thermisch gerecycled. Dat is een mooi woord voor verbranden. Dat gaat naar een crematorium van grondstoffen. Moeten we niet willen! Ze worden er nu uit gehaald. Ze gaan naar de sociale werkvoorziening, de betere worden schoongemaakt, schoon geblazen en opnieuw gespoten, in doosjes gedaan en opnieuw verkocht. Hij is zeker niet goedkoper dan een nieuwe, waarom zou ik hem dan kopen? Maar als we dan naar die MPG berekening gaan en we kijken naar ’true pricing’, dan verkoopt hij zichzelf. We lopen wat dat aangaande de tijd vooruit.”

“En up-cyclen is er ook als ik bijvoorbeeld naar mijn gevelstenen kijk. Die zijn gemaakt van geknipte trotoirtegels. De trottoirtegel is de goedkoopste steen in Nederland. Daar kan je normaal niks mee. Die gaan naar de breker, daar maken we granulaat van. In het gunstigste geval maken we er cementloos beton van. Maar we kunnen nog hoger verwaarden als we hem gaan hergebruiken. Dus we hebben een pneumatische knipper geregeld. Hand hier, hand daar en knippen. Zo ontstaat er een schitterende breuksteen. Gemaakt met kwetsbare mensen in de maatschappij. Het is niet goedkoper dan een baksteen van de bouwmaterialen groothandel. En toch doen we het, omdat we up-cyclen. We voegen menselijke waarde toe. Dat vind ik ook als je kijkt naar circulaire economie. Kijk in de breedte! Kijk in de keten. Alleen kun je dit niet, Je moet het samen doen.”

Materialen
Beijk vindt dat er moet worden gekeken naar hoe een gebouw is gebouwd. “Ik heb een constructie, de schil, de losse inrichting en de techniek. Alles heeft een gebruiksduur. De staalconstructie, de houtconstructie en draagconstructie kan allemaal 1 op 1 meegenomen worden, mits ik de achterliggende constructieberekeningen boven tafel kan krijgen. Als we een analyse maken van een gebouw, hebben onze specialisten vaak veel tijd voor de sloop. Zij gaan kijken naar wat we kunnen hergebruiken. Vroeger was een gebouw een beetje schroot en een beetje puin, dat allebei een kiloprijs had. Dat werd in de markt gezet. Dat is down-cyclen. Wij proberen uiteindelijk alles wat goed is. Dat is het laaghangend fruit. Denk aan designlampen en losse inrichting. Dat vindt meestal zijn weg wel via opkopers. Of via familie, kennissen noem maar op! En dan ga je kijken naar wat je er op een goede manier kunt uithalen en wat je dan weer op een goede manier kunt hergebruiken. En sommige dingen gaan prima. Als ik hier naar de wandcontactdozen, die zijn allemaal uit gebouwen. Die kunnen rustig nog 50 jaar mee. Dus die worden schoongemaakt en doorgemeten.”

“De tapijttegels die we hier hebben zijn schoongemaakt door de sociale werkvoorziening. Die kunnen rustig nog 25 jaar mee. Dus het is ook je boerenverstand gebruiken. En ook accepteren dat de circulaire economie niet een Instagram-wereld is. Een wereld waar alles perfect moet zijn. Dus daar mag best wel een smetje opzitten. Is dat erg? Nee, wat voor een verwachting heb ik? Wat voor een verwachtingen heeft de opdrachtgever? Wees daar wel duidelijk over. En ondanks dat er een smetje op kan zitten, gaat het ook om beleving. Het kan ook mooi zijn. Dat willen we met dit gebouw ook aantonen.”

Onlangs heeft Beijk de hashtag ‘#bouwen met meuk is leuk’ gelanceerd. “Die begint viral te gaan. Ondanks dat dit gebouw met 80% oude meuk is gebouwd, is het gewoon een mooi gebouw. Het is haast te mooi. Mensen geloven bijna niet dat het met oude meuk is gebouwd. Maar het vergt wel veel meer vakmanschap. Van de timmerman, van de installateur. We moeten in bouwteams gaan werken. Want we moeten elkaar heel goed gaan vinden. De constructeur moet er iets van vinden. De architect moet er iets van vinden. De aannemer moet er iets van vinden. De timmerman. We moeten in gezamenlijkheid werken in een bouwteam. Dat is hier fantastisch goed gelukt. Een reden dat het zo goed gelukt is, is dat we hier alleen maar met plaatselijke spelers hebben gewerkt. Allemaal partijen met de poten in de klei, gewoon met boerenverstand. Die in gezamenlijkheid in een bouwteam samen met onze collega’s van Dusseldorp de klus hebben geklaard. Het was schier onmogelijk, we hadden alle lachers aan onze zijde, maar het is wel perfect uitgepakt. Een mooi compliment aan ons bouwteam.”

“Dit was de grootste opdracht die Hengelo te vergeven had. We hebben dat bouwteam met het vertrouwen dat ze ons gegeven hebben 1 op 1 meegenomen. Een infra-bouwteam , want er moesten ook gebouwen komen. En ook installatie en ook constructie. Laat ons bouwteam dat nu heel erg goed kunnen. Dus we hebben samen met Dusseldorp een fantastisch mooi bouwteam. En dat vind ik de kracht van duurzaam. Voor mij zijn duurzame of beter volhoudbare projecten. Ik heb hekel aan het woord duurzaam, want daar zit het woord ‘duur’ in. Daar hebben wij Hollanders de pleuris hekel aan. Dus ik gebruik liever het Afrikaanse woord ‘volhoudbaarheid’.

Ik heb hekel aan het woord duurzaam, want daar zit het woord ‘duur’ in. Ik gebruik liever het Afrikaanse woord ‘volhoudbaarheid’.

Volhoudbare projecten moeten in mijn perceptie aan zes speerpunten voldoen: vertrouwen in elkaar hebben, noaberschap en reciprociteit, dus wederkerig en goed buurmanschap. Co-cre‘ren. Ik kan hier een fantastisch mooi verhaal doen. Maar als Jan het materiaal niet kan oogsten dan ben ik kansloos. En Jan moet het ook weer bij de slopers neerleggen. Mens- en natuur-inclusiviteit moet er in zitten. En creativiteit en innovatie. En alles op integrale manier. Als die zes speerpunten er in zitten, gaat het altijd goed.”

Building by coincidence
Beijk heeft het gebouw de werktitel ‘design by coincidence’ gegeven. “Het toeval gaat mede bepalen hoe het gebouw eruit gaat zien. Er lag al een tekening door I’M architecten, Martin Kleine Schaars. Een fantastische architect. Die had al een ontwerp gemaakt. Die tekening was al goedgekeurd door de gemeente Borne, dus we mochten bouwen. Toen kwamen wij in beeld met oude pruttel. En dat is dan wel heel mooi. Martin heeft dat fantastisch opgepakt. Maar dat impliceert dat ook de Nederlandse overheid, in dit geval de gemeente Borne, mee moet buigen.”

“Want zij zeggen dat ik in 2023 circulair moet aanvangen, in 2030 moet ik op 50% zijn en in 2050 op 100%. Daarom kan het niet zo zijn dat diezelfde overheid me dan gaat tegenhouden. En om aan te geven hoe dat soms gaat. Alle kozijnen hier komen uit het Erasmus ziekenhuis. Ik heb elementen, 2 boven elkaar, 3 naast elkaar, solitair. Dat is redelijk zoals het ontwerp er was. Maar het wijkt wel af van de tekeningen. Ik haal een staalconstructie van het Erasmus ziekenhuis uit Rotterdam. Bouwbesluithoogte 2.70 m, staalconstructie 3 meter. Ja, het gebouw wordt 30 cm hoger. Daar moet de ambtenaar iets van vinden. Het gebouw was geïnspireerd op en Twentse hoeve. Een Twentse hoeve kenmerkt zich door oranje dakpannen. Wij oogsten 12.000 dakpannen van het gemeentehuis uit Weerselo. Die zijn niet oranje, die zijn antraciet genuanceerd. Een ambtenaar in de stress, het moet wel aan het beeldplan voldoen. Moet je een gesprek aan om het uit te leggen. Uiteindelijk een groot compliment voor de gemeente Borne, hoe ze er mee om zijn gegaan. Bij mijn eigen woning, 20 jaar geleden, heb ik alleen maar geprocedeerd. Ik heb gezeik, gezeik en gezeik in het kwadraat gehad. Maar de tijd verandert wel. Nut en noodzaak beginnen wel aanwezig te worden. De overtuigingskracht is steeds sterker.”

Beijk ziet dat dit een voorbeeld is geworden voor heel Nederland. “Ik prijs de gemeente Borne hoe ze meegebogen hebben op basis van vertrouwen. Noaberschap, daar krijg je weer die zes speerpunten. Natuurlijk moest het een veilig, goed en esthetisch gebouw worden. Geen hippie enclave. Al doende tijdens het project werd de trots heel erg groot. Al onze stakeholders hebben we meegenomen in dit project. Wat ga ik doen? Wat kunnen jullie voor mij doen? Wat kan ik voor jullie? We hebben zo’n sterk verhaal neergezet, dat zelfs Twickel ons een stuk grond heeft verkocht. Om onze ambitie waar te maken. Gemeente Borne heeft ons grond ter beschikking gesteld waar ik een vijver kon maken. Waarin we al het regen- en restwater in kunnen opslaan.”

“Het is gewoon een ijzersterk verhaal. Zo kom je weer op die korte kringlopen. Voor water en energie. We zijn hier een energie hub. We produceren meer energie dan dat we feitelijk nodig hebben. Dus al die kringlopen proberen we zo lokaal mogelijk met onze stakeholders te pakken.”

Dit interview is onderdeel van een duo-interview. Meer lezen over duurzaamheid en circulariteit? Bekijk dan ook het interview met Jan Wessels.

Lees meer berichten

Wat kan HOUT100% voor u doen?

HOUT100% voor mij?

Wat kan HOUT100% voor mij betekenen?

Bedrijf zoeken

Hier vindt u de beste houtverwerkende bedrijven van Nederland.

Probleem melden

Ik wil een probleem met mijn houten product melden.