Brein achter het kozijn: Ruud Puts

Brein achter het kozijn: Ruud Puts

Ruud Puts: Passie voor hout-aluminium kozijnen en vooruitstrevend vakmanschap
In het hart van Herten staat Puts Kozijnen, een timmerfabriek waar vakmanschap en innovatie hand in hand gaan. Sinds 2018 staat Ruud Puts aan het roer, samen met zijn broer Sjuul, die elk hun eigen expertise in het bedrijf inzetten. Terwijl Ruud zich richt op financiën, acquisitie en bedrijfsontwikkeling, houdt zijn broer de fabriek draaiende en stuurt hij de productie aan. Het resultaat: een strak georganiseerde en goed geoliede timmerfabriek.

Van vader op zoon
Het verhaal van Puts Kozijnen begon bij de vader van Ruud en Sjuul, die in 1980 een klein timmerbedrijf startte. Met een lening van 800 gulden en een eerste machine werd het fundament gelegd voor wat nu een modern familiebedrijf is. Ruud vertelt: “Op de lagere school wist ik al dat ik bij mijn vader wilde werken. Het was een logische stap om het bedrijf over te nemen en het verder uit te bouwen.” Inmiddels telt het bedrijf 24 medewerkers, met Ruud en Sjuul als vaste kern ondersteund door hun moeder die nog een aantal dagen de administratie voor hen verzorgd.

Specialisatie: hout-aluminium kozijnen
Puts Kozijnen heeft zich de afgelopen jaren gespecialiseerd in hout-aluminium kozijnen. Ruud legt uit: “We produceren al sinds 2015 hout-aluminium kozijnen en zien dat de vraag explosief groeit. Met onze kennis en ervaring kunnen we echt drie tot vier stappen verder gaan dan onze concurrenten.” De combinatie van hout binnen en aluminium buiten biedt de voordelen van een natuurlijke uitstraling, uitstekende isolatiewaarden en onderhoudsarm buitenschrijnwerk. “Zelfs als we Lariks of Vuren gebruiken, verbeteren we de isolatiewaarde nog verder, terwijl de aluminium buitenzijde zorgt voor bescherming tegen weersinvloeden,” aldus Ruud.

Interessant is dat hout-aluminium kozijnen in het buitenland al veel populairder zijn dan in Nederland. In Duitsland is het marktaandeel de afgelopen vijf jaar gestegen van 4% naar 9%, en in Oostenrijk heeft het al bijna 40% van de markt veroverd. “In Zwitserland krijg je tegenwoordig standaard een hout-aluminium kozijn; wil je iets anders, dan moet je dat expliciet aangeven. Nederland loopt hier nog flink achter, dus er liggen volop kansen voor groei,”

Het “bouwtje” langs het water
Een recent project van Puts Kozijnen ligt aan het water in Lekkerkerk. Het betrof een reeks hout aluminium kozijnen voor een hun nieuwe partner iWOOD. “In eerste instantie liep een collega vast in de detaillering, toen kregen wij de mogelijkheid het project over te nemen,” vertelt Ruud. Een wens van de opdrachtgever is dat de beglazing van de kozijnen al in de fabriek gedaan wordt, waardoor de montage op locatie soepel verloopt. Zo laat Puts Kozijnen zien dat zij goed inspelen op de wensen van de klant en tegelijkertijd efficiënt produceert.

Eerste HOUT100%-project
Binnenkort zal Ruud voor het eerst een project aanmelden bij HOUT100%. Ruud ziet het als een mooie extra check: “Het gaat niet om controle, maar om advies en preventie. Voor de aannemer verandert er niets in het proces, maar hij krijgt iets extra’s: een rapport dat de kwaliteit voor ons beiden waarborgt.” Zo draagt het keurmerk bij aan betrouwbaarheid en nazorg, zonder dat het de dagelijkse operatie belast.

Het digitale productpaspoort: een voorzichtig enthousiasme
Over het digitale productpaspoort is Ruud genuanceerd: “Het komt eraan, en we hebben er intenties mee, maar ik ben nog niet volledig overtuigd van de toegevoegde waarde. Voor transportbewegingen in Nederland lijkt het soms overdreven. We bekijken het vanuit de klantwaarde: als het iets toevoegt, doen we mee. Het moet echt iets toevoegen, we hebben er niets aan als het proces onnodig complex wordt.”

Kansen in de Nederlandse markt
Met een scherp oog voor vernieuwing en een groeiende vraag naar hoogwaardige hout-aluminium oplossingen, staat de ontwikkeling bij Puts Kozijnen nooit stil. Ruud Puts kijkt daarbij over de landsgrenzen: “In landen als Duitsland en Oostenrijk zijn deze kozijnen al de standaard. Wij brengen die expertise naar de Nederlandse markt. Juist omdat we hier nog aan het begin van die groei staan, zien we enorme potentie voor nieuwe projecten en architectonische hoogstandjes.”

In gesprek met Edwin Kuin

In gesprek met Edwin Kuin

Terug bij HOUT100% met liefde voor het vak
Voor velen in de branche is Edwin Kuin geen onbekende. Sinds 1 januari is hij terug bij HOUT100%. Voor hem voelt het als thuiskomen. Niet alleen omdat hij eerder nauw betrokken was bij de organisatie, maar vooral omdat hier zijn passie ligt: hout, kwaliteit en het vakmanschap erachter.

Een leven lang hout
“Ik heb eigenlijk mijn hele werkzame leven in de houtverwerkende industrie gezeten,” vertelt Edwin. Na zijn opleiding aan het Hout- en Meubileringscollege in Rotterdam begon hij in het familiebedrijf dat ooit door zijn opa werd opgericht. Als derde generatie werkte hij daar twaalf jaar binnen het familiebedrijf.

Daarna startte hij Kuin Advies en bouwde hij zijn rol verder uit binnen de timmerindustrie. In die periode werkte hij intensief samen met wat toen nog SGT heette, de voorloper van HOUT100%, en voor het GND. In die tijd was hij bezig met het onderzoeken van schades om de oorzaken te achterhalen. Edwin trok het land door om problemen te beoordelen en rapportages op te stellen. Maar gaandeweg zag hij iets veranderen. Na het vaststellen van veel voorkomende schades werden de normen KVT en BRL’s aangepast. Hierbij valt te denken aan verbeterde verbindingen, gecertificeerde verfsystemen en neuslaten.

“Waarom wachten tot er schade is? Kunnen we niet beter vooraf meekijken?”

Dat idee vormde de basis voor wat nu de bouwplaatsinspecties van HOUT100% zijn. Preventie in plaats van herstel en meedenken in plaats van achteraf corrigeren.

Wat doet Edwin bij HOUT100%?
Hij combineert inhoudelijke kennis met praktische uitvoering en vertegenwoordigt HOUT100% actief in de branche. Aangesloten bedrijven melden hun projecten met gecertificeerde grondstof en merkteken via de website. Deze projecten worden steekproefsgewijs geselecteerd voor een bouwplaatsinspectie. Edwin bewaakt dit proces, stemt de planning af met vijf inspecteurs in Nederland, bewaakt de spreiding en monitort de voortgang. Daarnaast beoordeelt hij binnengekomen rapportages, stemt indien nodig af met certificerende instellingen zoals SKH en zorgt dat certificaten worden afgegeven. Echter gaat zijn rol verder dan administratie.

Hij is ook zichtbaar in de branche tijdens Roadshows, bijeenkomsten en mogelijk bij opdrachtgevers, architecten en andere ketenpartners. Niet alleen om het keurmerk toe te lichten, maar om het verhaal achter kwaliteit en preventie te vertellen.

Waarom hout?
Voor Edwin begint het bij de grondstof. Hout is hernieuwbaar, groeit terug en slaat CO2 op. Bovendien wordt er binnen de Nederlandse timmerindustrie vrijwel uitsluitend gewerkt met gecertificeerd hout uit verantwoord beheerde bossen.

“Veel mensen denken nog steeds dat wij het Amazonegebied leegkappen. Dat is simpelweg niet waar.”

Het meeste hout komt uit goed beheerde bosgebieden in Europa, Noord-Amerika, Zuid-Oost Azië en Afrika, legt Edwin uit. In die bossen wordt actief herplant en gemonitord. Volgens hem is dat een verhaal dat nog lang niet bij iedereen bekend is.

Ook over de technische kwaliteit van hout is hij uitgesproken. Hij wijst erop dat de slechte reputatie van houten kozijnen uit de jaren vijftig tot zeventig nog altijd doorwerkt in het beeld van vandaag. In die periode werd vaak met te nat hout gewerkt, onder tijdsdruk gebouwd en minder doordacht geconstrueerd, wat destijds tot problemen leidde. “Dat tijdperk ligt ver achter ons. Met de huidige verbindingstechnieken, digitale engineering en kwaliteitscontroles maken we producten die generaties meegaan.”

Volgens Edwin schuilt de kracht van hout juist in de combinatie van natuurlijke isolatie, onderhoudsmogelijkheden en herstelbaarheid. Daar komt bij dat hout flexibel is in vorm en detaillering. Een bestaand houten kozijn kan worden geüpgraded van enkelglas naar HR++ of triple glas, profielen kunnen worden aangepast en schade kan lokaal worden hersteld zonder dat volledige vervanging nodig is. Die mate van aanpasbaarheid ziet hij minder terug bij alternatieve materialen.

Wat maakt HOUT100% sterk?
Volgens Edwin zit de kracht in de combinatie van een gecertificeerde grondstof met een sluitende chain of custody, een gecontroleerde productie volgens vaste normen en de bouwplaatsinspecties die kwaliteit ook buiten de fabriek bewaken. Bovendien mogen alleen bedrijven die aantoonbaar met verantwoord hout werken, zich aansluiten. Zij produceren onder KOMO-certificering en worden onafhankelijk gecontroleerd, waardoor de kwaliteit structureel wordt geborgd. De bouwplaatsinspecties zijn daarbij geen controlemiddel om te wijzen, maar een manier om samen te zorgen dat een goed product ook goed wordt verwerkt. Want zelfs het beste kozijn kan problemen krijgen als het verkeerd wordt verwerkt. Het draait dus niet om controleren vanuit wantrouwen, maar om vooraf samen na te denken en kwaliteit te borgen.

“De inspecties worden over het algemeen als prettig ervaren. Het is een open gesprek. Daarmee is HOUT100% niet alleen een keurmerk, maar ook een kwaliteitsnetwerk.”

Waar kom je Edwin tegen?
De komende tijd is Edwin aanwezig bij de Roadshows, bij de Kozijnendag en bij diverse bijeenkomsten in de branche. Hij ondersteunt aangesloten bedrijven bij vragen over projectaanmelding en inspecties en is rechtstreeks bereikbaar via edwin@hout100procent.nl. Daarmee is hij niet alleen het aanspreekpunt voor het proces, maar ook voor het gesprek over kwaliteit op de bouwplaats. Voor hem betekent HOUT100% vooruitkijken in plaats van achteraf herstellen en samen verantwoordelijkheid dragen voor wat er op de bouw gebeurt. “Ik heb niks met staal of kunststof

Circulaire geveleconomie: wat is het en waarom is het belangrijk

Circulaire geveleconomie: wat is het en waarom is het belangrijk

De circulaire geveleconomie is allang geen toekomstvisie meer. Het is een concrete opgave waar de bouwsector zich nú mee bezighoudt. Gevelelementen moeten zo worden ontworpen, gebruikt en hergebruikt dat materialen zo lang mogelijk hun waarde behouden. Binnen deze transitie speelt Ludo Schennink, projectleider circulaire geveleconomie bij de NBVT, een centrale rol. Hij verbindt bedrijven en brancheorganisaties en zet zich ervoor in dat hout een volwaardige plaats behoudt binnen circulaire oplossingen.

Samenwerking als fundament
Het circulaire gevelproject is ontstaan vanuit het subsidietraject Toekomstbestendige Leefomgeving. Binnen dit traject werken vijf brancheorganisaties en twee ministeries intensief samen om overzicht en samenhang te creëren: VMRG, VKG, NBVT, BNVG en VHS, samen met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Namens de NBVT is Ludo Schennink projectleider circulaire geveleconomie. Hij werkt daarbij nauw samen met Hans Brokking, Patrick de Lange en Arend Jan Overbeek. Door actief deel te nemen aan dit samenwerkingsverband kan de NBVT invloed uitoefenen op beslissingen die direct van belang zijn voor de houtsector.

Wat is de circulaire geveleconomie?
De circulaire geveleconomie (CGE) richt zich in eerste instantie op gevelelementen zoals kozijnen, ramen en deuren, inclusief bijbehorende onderdelen zoals glas en hang- en sluitwerk. Het doel is om materialen zo lang, mogelijk in de keten te houden door levensduurverlenging, hergebruik element of onderdelen of als het echt niet anders kan, gerecycled.

“Binnen de CGE sturen we op vijf thema’s,” legt Ludo uit. “Levensduurverlenging, hergebruik van elementen en componenten, hergebruik van materiaal, het verminderen van verpakkingen en circulair ontwerpen.” Hout heeft unieke eigenschappen binnen circulaire toepassingen: het slaat grote hoeveelheden CO₂ op, en hoe langer het wordt gebruikt, hoe langer die CO₂ vastgelegd blijft.

Van bos tot bouwplaats:
de levenscyclus van houtCirculariteit begint volgens Ludo niet op de bouwplaats, maar al in het bos. Binnen het project wordt daarom gewerkt met Life Cycle Analyses (LCA’s), waarin de volledige levenscyclus van hout wordt bekeken: van oogst tot toepassing in het kozijn en daarna. Zoals eerder aangegeven slaat hout grote hoeveelheden CO₂- op. Op dit moment is de CO₂-opslag nog onvoldoende verwerkt in deze analyses, maar Europese regelgeving gaat dat binnenkort veranderen. Deze nieuwe benadering staat bekend als Whole Life Carbon. Daarover vertellen we je in een toekomstig artikel graag meer.

Minder verspilling in de productiefase
Een veelgehoord misverstand is dat hout automatisch circulair is omdat het biologisch afbreekbaar is. “Dat klopt,” zegt Ludo, “maar het echte doel is om hout zo lang mogelijk in de keten te houden. Verbranden is geen circulaire oplossing; hergebruik wel.”

Daarom wordt in de productiefase al veel gedaan om verspilling te beperken. In timmerfabrieken worden reststukken hout door middel van vingerlassen verwerkt tot bruikbare lengtes. Andere reststromen, zoals zaagsel, krijgen een tweede leven als grondstof voor plaatmateriaal zoals spaanplaat of MDF. Deze keuzes dragen direct bij aan een lagere milieubelasting en een efficiënter gebruik van grondstoffen.

De gebruiksfase bepaalt de impact
De volgende en meest cruciale fase binnen de circulaire geveleconomie is de gebruiksfase waarbij levensduurverlenging centraal staat. Daarom spelen onderhoudsbedrijven een steeds belangrijkere rol. Door regelmatig te inspecteren en goed onderhoud te plegen kunnen houten kozijnen veel langer meegaan dan vaak wordt aangenomen.

Daarnaast zijn houten kozijnen bijzonder goed aanpasbaar. Glas en draaiende delen kunnen worden vervangen, waardoor een houten kozijn een nieuwe levensfase ingaat en de opgeslagen CO₂ behouden blijft. Het aanpassen van bestaande kozijnen aan nieuwe eisen, ook wel refurbish on site genoemd, is bij hout vaak mogelijk, terwijl andere materialen sneller volledig moeten worden vervangen of gerecycled en tot recycling overgaan van het oude kozijn. Daarom scoort hout binnen de R-ladder hier uitzonderlijk hoog.

Wanneer het hout moet worden hergebruikt
Ook ontstaan er al concrete samenwerkingen, bijvoorbeeld met het bedrijf Insert, dat zich richt op het hergebruik van hardhout uit kozijnen, ramen en deuren. Daar worden kozijnen, ramen en deuren zorgvuldig gedemonteerd, ontdaan van metaal en gezaagd tot lamellen. Vervolgens wordt het via vingerlassen en lamineren opnieuw verwerkt tot volwaardig kozijnhout of andere toepassingen. Voor nu, in de huidige opstartfase van CGE, ligt de focus vooral op deuren, omdat deze technisch eenvoudiger te verwerken zijn.

Certificering en regelgeving
Voorgoed hergebruik is kwaliteit essentieel. Gecertificeerd hout vormt daarbij de basis. Binnen het project wordt gekeken naar uitbreiding van certificering, zodat materialen veilig en verantwoord opnieuw kunnen worden toegepast.

Tegelijkertijd loopt de sector tegen wet- en regelgeving aan die nog onvoldoende is ingericht op circulariteit. Daar valt nog een hoop winst te behalen. Ludo benadrukt het belang van samenwerking: “Alleen samen kunnen we voldoende invloed uitoefenen op Europese regelgeving. Daarom is het zo belangrijk dat alle brancheverenigingen de handen ineenslaan.” Daarbij moet ook oog blijven voor kleine bedrijven. Circulariteit werkt alleen als iedereen kan meedoen.

Prefab en nieuwe kansen voor hergebruik
Prefab bouwen wordt binnen het project nog niet volledig meegenomen, maar biedt veel potentie. In samenwerking met TNO wordt onderzocht of bestaand hout kan worden ingezet in grotere constructies, zoals CLT of zware houtbalken. Met behulp van scanners kan hout worden gecontroleerd op rot en metaal, zodat slechte delen en verontreinigingen worden verwijderd en het resterende hout opnieuw inzetbaar is.

Oproep aan de sector
“Ga ermee aan de slag. Circulair bouwen vraagt ervaring. Het is soms duurder, maar kozijnen vormen slechts een klein deel van de totale bouwkosten. Door projecten te realiseren en kennis te delen, kan de sector leren en opschalen.” NBVT-leden kunnen daarbij zowel hout aanleveren als afnemen. Ludo benadrukt dat vooraf contact opnemen essentieel is, zodat kansen en vragen gezamenlijk worden opgepakt en initiatieven daadwerkelijk kunnen doorgroeien.

Tekst: Chris Gruiters | Interview: Ludo Schennink (NBVT)

Circulaire Geveleconomie – Project Mandemaat

Circulaire Geveleconomie – Project Mandemaat

De toekomst van bouwen: de kracht van de circulaire geveleconomie

De bouwsector verandert snel. Terwijl de vraag naar duurzame materialen toeneemt, groeit ook de behoefte aan gevelsystemen die niet alleen mooi en functioneel zijn, maar ook bijdragen aan een circulaire toekomst. Hout speelt hierin een hoofdrol. Het is natuurlijk, hernieuwbaar en perfect geschikt om materialenstromen gesloten te houden. Dat maakt het materiaal logisch en toekomstbestendig binnen de circulaire geveleconomie.

In deze economie draait het niet langer om slopen, maar om levensduur verlengen en hergebruiken van producten en materialen. Om gevels die je kunt demonteren, reviseren en opnieuw inzetten. Om materialen die hun waarde behouden, zelfs na tientallen jaren dienst. En precies daar blinkt hout in uit.

Waarom hout zo goed past binnen de circulaire geveleconomie

Houten gevelelementen kunnen eenvoudig worden aangepast of hergebruikt. Ze zijn te onderhouden, te repareren en te upgraden waar nodig. Daarnaast slaat hout CO₂ op in plaats van het uit te stoten. Door slim te ontwerpen, te prefabriceren en met gecertificeerd hout te werken, ontstaat een gevel die niet alleen jarenlang meegaat, maar ook klaarstaat voor een volgende levenscyclus.

Praktijkvoorbeeld: Mandemaat in Assen

Het circulaire en biobased rijkskantoor in Assen laat duidelijk zien hoe circulaire geveleconomie in de praktijk werkt. In dit project worden bestaande houten kozijnen en gevelelementen niet verwijderd of vervangen, maar zorgvuldig gedemonteerd, hersteld en opnieuw toegepast. Deze werkwijze past precies bij het principe dat materialen niet verloren gaan, maar waarde behouden voor de volgende levensfase.

De Mandemaat levert hierbij vakmanschap en technische expertise. Door slim te demonteren en secuur te herstellen krijgen de houten kozijnen een tweede leven, zonder concessies aan kwaliteit of uitstraling. Dat voorkomt onnodig gebruik van nieuwe grondstoffen, verlaagt de CO₂‑uitstoot en bewijst dat hoogwaardig hergebruik niet alleen haalbaar is, maar ook praktisch en betrouwbaar.

Het project toont aan dat circulair gevelbeheer een volwaardige, toekomstgerichte keuze is. Hergebruik wordt daarmee geen alternatief, maar een logische stap richting duurzame en efficiënte bouwprojecten.

Auteur: Ludo Schennink

Bekijk hier de projectvideo:

Van waardeloos naar waardevol: waarom bosbeheer het verschil maakt

Van waardeloos naar waardevol: waarom bosbeheer het verschil maakt

Bijna iedereen is het eens over het belang van bossen voor onze planeet. Toch bestaat er hardnekkig een misverstand: dat je bossen vooral moet laten rusten en met geen vinger mag aanraken. Maar wie een bos als een museum behandelt, ontdekt dat het voor de lokale bevolking vaak helemaal geen waarde heeft. En een waardeloos bos is kwetsbaar: het wordt sneller gekapt voor landbouw of brandhout, omdat het simpelweg niets oplevert. Onderzoek uit verschillende continenten laat een ander beeld zien: juist door bossen slim te beheren, krijgen ze waarde voor mens én natuur. Hieronder vijf inspirerende voorbeelden.

Mexico: Meer biodiversiteit, minder armoede

In het Zapoteca-dorp Ixtlán de Juárez beheren bewoners al sinds 1982 hun eigen bos. Het resultaat? Minder ontbossing en veel effectievere brandpreventie dan bij staats- of privaat bosbeheer. Door slim te investeren in houtproductie, meubilair, ecotoerisme en eigen bedrijven is armoede meer dan gehalveerd, zijn er volop banen ontstaan en is de migratiedruk sterk verminderd. En dat allemaal zónder de biodiversiteit te schaden—integendeel: het bos floreert als nooit tevoren.

Bron: The Guardian

Filipijnen: Gemeenschap aan het roer

In de Filipijnen zijn miljoenen hectares bos sinds de jaren negentig in handen van lokale gemeenschappen via het Community-Based Forest Management-programma. Deze aanpak heeft niet alleen geleid tot herbebossing, maar ook tot een flinke verbetering van de levensstandaard. Door lokaal beheer wordt hout duurzaam geoogst en ontstaan er economische kansen, bijvoorbeeld in agroforestry en ecotoerisme. Zo worden bossen én mensen sterker.

Bron: Wikipedia – Community Based Forest Management in the Philippines

Nepal: Meer bomen, meer toekomst

Nepal heeft ruim een kwart van zijn bossen in handen gegeven van lokale gemeenschappen. Met succes: de biodiversiteit neemt toe, de bosbedekking groeit en het duurzaam gebruik van hout, brandhout en mest is de standaard geworden. De economische opbrengsten worden geïnvesteerd in onderwijs, gezondheidszorg en de ontwikkeling van dorpen. Bossen zijn er dus niet alleen voor de natuur, maar vormen het fundament onder een gezonde samenleving.

Bron: Wikipedia – Community Forestry in Nepal

West-Afrika: Investeren loont

In landen als Guinee en Sierra Leone kregen gemeenschappen financiële steun en technische ondersteuning voor bosbeheer, bijvoorbeeld via boomkwekerijen en herbebossingsprojecten. Ook jaren nadat de externe hulp stopte, bleven de bossen goed beheerd. Waarom? Omdat de lokale bevolking inmiddels direct profiteerde van het bos—en er dus belang bij had om het in stand te houden. Economisch belang blijkt dé motivator voor duurzaam beheer.

Bron: USDA Forest Service Research

Madagaskar: Samenwerken in plaats van verbieden

In Madagaskar werkte een natuurorganisatie samen met lokale boeren. Boeren kregen alternatieven aangeboden, zoals vruchtbaarder landbouwgrond en banen in bosherstel, in ruil voor het stoppen van activiteiten in beschermde gebieden. Het aantal boeren dat het bos bedreigde, daalde binnen tien jaar van 85 naar slechts 5. Vrijwillige, lokale participatie blijkt veel effectiever dan simpelweg een verbod instellen.

Bron: The Guardian

Conclusie: Bos met toekomst heeft waarde

De rode draad? Bossen behouden door ze waardevol te maken voor de mensen die er wonen. Economische prikkels en lokaal eigenaarschap zorgen ervoor dat bossen blijven bestaan, biodiversiteit groeit en de natuur er sterker uitkomt. Of het nu gaat om duurzaam hout, herbebossing, ecotoerisme of lokale producten—wie het bos waarde geeft, beschermt het het best.