De circulaire geveleconomie is allang geen toekomstvisie meer. Het is een concrete opgave waar de bouwsector zich nú mee bezighoudt. Gevelelementen moeten zo worden ontworpen, gebruikt en hergebruikt dat materialen zo lang mogelijk hun waarde behouden. Binnen deze transitie speelt Ludo Schennink, projectleider circulaire geveleconomie bij de NBVT, een centrale rol. Hij verbindt bedrijven en brancheorganisaties en zet zich ervoor in dat hout een volwaardige plaats behoudt binnen circulaire oplossingen.
Samenwerking als fundament
Het circulaire gevelproject is ontstaan vanuit het subsidietraject Toekomstbestendige Leefomgeving. Binnen dit traject werken vijf brancheorganisaties en twee ministeries intensief samen om overzicht en samenhang te creëren: VMRG, VKG, NBVT, BNVG en VHS, samen met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Namens de NBVT is Ludo Schennink projectleider circulaire geveleconomie. Hij werkt daarbij nauw samen met Hans Brokking, Patrick de Lange en Arend Jan Overbeek. Door actief deel te nemen aan dit samenwerkingsverband kan de NBVT invloed uitoefenen op beslissingen die direct van belang zijn voor de houtsector.
Wat is de circulaire geveleconomie?
De circulaire geveleconomie (CGE) richt zich in eerste instantie op gevelelementen zoals kozijnen, ramen en deuren, inclusief bijbehorende onderdelen zoals glas en hang- en sluitwerk. Het doel is om materialen zo lang, mogelijk in de keten te houden door levensduurverlenging, hergebruik element of onderdelen of als het echt niet anders kan, gerecycled.
“Binnen de CGE sturen we op vijf thema’s,” legt Ludo uit. “Levensduurverlenging, hergebruik van elementen en componenten, hergebruik van materiaal, het verminderen van verpakkingen en circulair ontwerpen.” Hout heeft unieke eigenschappen binnen circulaire toepassingen: het slaat grote hoeveelheden CO₂ op, en hoe langer het wordt gebruikt, hoe langer die CO₂ vastgelegd blijft.
Van bos tot bouwplaats: de levenscyclus van hout
Circulariteit begint volgens Ludo niet op de bouwplaats, maar al in het bos. Binnen het project wordt daarom gewerkt met Life Cycle Analyses (LCA’s), waarin de volledige levenscyclus van hout wordt bekeken: van oogst tot toepassing in het kozijn en daarna. Zoals eerder aangegeven slaat hout grote hoeveelheden CO₂- op. Op dit moment is de CO₂-opslag nog onvoldoende verwerkt in deze analyses, maar Europese regelgeving gaat dat binnenkort veranderen. Deze nieuwe benadering staat bekend als Whole Life Carbon. Daarover vertellen we je in een toekomstig artikel graag meer.
Minder verspilling in de productiefase
Een veelgehoord misverstand is dat hout automatisch circulair is omdat het biologisch afbreekbaar is. “Dat klopt,” zegt Ludo, “maar het echte doel is om hout zo lang mogelijk in de keten te houden. Verbranden is geen circulaire oplossing; hergebruik wel.”
Daarom wordt in de productiefase al veel gedaan om verspilling te beperken. In timmerfabrieken worden reststukken hout door middel van vingerlassen verwerkt tot bruikbare lengtes. Andere reststromen, zoals zaagsel, krijgen een tweede leven als grondstof voor plaatmateriaal zoals spaanplaat of MDF. Deze keuzes dragen direct bij aan een lagere milieubelasting en een efficiënter gebruik van grondstoffen.
De gebruiksfase bepaalt de impact
De volgende en meest cruciale fase binnen de circulaire geveleconomie is de gebruiksfase waarbij levensduurverlenging centraal staat. Daarom spelen onderhoudsbedrijven een steeds belangrijkere rol. Door regelmatig te inspecteren en goed onderhoud te plegen kunnen houten kozijnen veel langer meegaan dan vaak wordt aangenomen.
Daarnaast zijn houten kozijnen bijzonder goed aanpasbaar. Glas en draaiende delen kunnen worden vervangen, waardoor een houten kozijn een nieuwe levensfase ingaat en de opgeslagen CO₂ behouden blijft. Het aanpassen van bestaande kozijnen aan nieuwe eisen, ook wel refurbish on site genoemd, is bij hout vaak mogelijk, terwijl andere materialen sneller volledig moeten worden vervangen of gerecycled en tot recycling overgaan van het oude kozijn. Daarom scoort hout binnen de R-ladder hier uitzonderlijk hoog.
Wanneer het hout moet worden hergebruikt
Ook ontstaan er al concrete samenwerkingen, bijvoorbeeld met het bedrijf Insert, dat zich richt op het hergebruik van hardhout uit kozijnen, ramen en deuren. Daar worden kozijnen, ramen en deuren zorgvuldig gedemonteerd, ontdaan van metaal en gezaagd tot lamellen. Vervolgens wordt het via vingerlassen en lamineren opnieuw verwerkt tot volwaardig kozijnhout of andere toepassingen. Voor nu, in de huidige opstartfase van CGE, ligt de focus vooral op deuren, omdat deze technisch eenvoudiger te verwerken zijn.
Certificering en regelgeving
Voorgoed hergebruik is kwaliteit essentieel. Gecertificeerd hout vormt daarbij de basis. Binnen het project wordt gekeken naar uitbreiding van certificering, zodat materialen veilig en verantwoord opnieuw kunnen worden toegepast.
Tegelijkertijd loopt de sector tegen wet- en regelgeving aan die nog onvoldoende is ingericht op circulariteit. Daar valt nog een hoop winst te behalen. Ludo benadrukt het belang van samenwerking: “Alleen samen kunnen we voldoende invloed uitoefenen op Europese regelgeving. Daarom is het zo belangrijk dat alle brancheverenigingen de handen ineenslaan.” Daarbij moet ook oog blijven voor kleine bedrijven. Circulariteit werkt alleen als iedereen kan meedoen.
Prefab en nieuwe kansen voor hergebruik
Prefab bouwen wordt binnen het project nog niet volledig meegenomen, maar biedt veel potentie. In samenwerking met TNO wordt onderzocht of bestaand hout kan worden ingezet in grotere constructies, zoals CLT of zware houtbalken. Met behulp van scanners kan hout worden gecontroleerd op rot en metaal, zodat slechte delen en verontreinigingen worden verwijderd en het resterende hout opnieuw inzetbaar is.
Oproep aan de sector
“Ga ermee aan de slag. Circulair bouwen vraagt ervaring. Het is soms duurder, maar kozijnen vormen slechts een klein deel van de totale bouwkosten. Door projecten te realiseren en kennis te delen, kan de sector leren en opschalen.” NBVT-leden kunnen daarbij zowel hout aanleveren als afnemen. Ludo benadrukt dat vooraf contact opnemen essentieel is, zodat kansen en vragen gezamenlijk worden opgepakt en initiatieven daadwerkelijk kunnen doorgroeien.
Tekst: Chris Gruiters | Interview: Ludo Schennink (NBVT)










